Nederlands tintje aan Oscar-inzending
AMSTERDAM - De Duitse lowbudget documentaire The Story of the Weeping Camel is volgende
week bij de 77e Oscaruitreiking een goede kanshebber op het beeldje voor
beste documentaire. Een grote verrassing voor de groep filmstudenten die de
film drie jaar geleden voor een appel en een ei draaiden in de Mongoolse
Gobi-woestijn. Het Duitse succes heeft een klein Nederlands tintje: de
27-jarige Jiska Rickels, toentertijd student aan de Filmacademie in München,
deed de regie-assistentie.
"Ik was op het juiste moment op de juiste plaats." Zo vat de
filmmaakster haar eigen bijdrage aan de internationale succesfilm nu samen. "
De Huilende Kameel was het eindexamenproject van twee vrienden van mij. Ze
zochten nog iemand die tijdens het filmen onder meer de continuïteit in de
gaten kon houden." Kort gezegd: iemand die ervoor zorgde dat alle
beelden op het juiste moment konden worden gemaakt.
"Dat is in Mongolië zo gemakkelijk nog niet", legt Rickels
uit. "Temperaturen van min twintig en plus twintig graden wisselen
elkaar in hoog tempo af. Het ene moment kan je niet filmen door de dikke
laag sneeuw, het volgende moment moet je wachten op een woestijnstorm."
Voor hun eindexamenfilm besloten haar vrienden Byambasuren Davaa en Luigi
Falorni een nomadenfamilie in Mongolië te volgen. De kamelen van het gezin
zijn drachtig, maar na de geboorte accepteert de moeder een van haar jongen
niet. Uiteindelijk worden de twee kamelen door een traditioneel muzikaal
ritueel toch nader tot elkaar gebracht.
Het hele project kostte 340.000 euro. Het geld werd opgebracht door het
Duitse Filmfonds en een participerende Duitse omroep. De filmploeg, die
bestond uit een kleine twintig man, bivakkeerde ruim twee maanden in de
Gobi-woestijn. "Het is heel moeilijk om je daar als West-Europeaan een
voorstelling van te maken, maar die mensen hebben dus echt niets: geen
elektriciteit, geen stromend water, geen enkele vorm van luxe."
Elke ochtend moesten de filmstudenten water halen bij de bron. "We
hebben in die twee maanden twee keer kunnen douchen", vertelt Rickels. "
Daarvoor moesten we vier uur rijden naar een badhuis." Privacy kenden ze
niet tijdens hun verblijf in de woestijn. "Er is niets waar je heen
kan: overal om je heen zie je zand. Als je tien minuten rechtdoor loopt, zou
je de weg al niet meer terug kunnen vinden." Er was een Mongoolse
vuurman met het filmteam mee om elke dag voldoende hout te verzamelen voor
het avondvuur.
Alle moeite was niet vergeefs: de film won over de hele wereld prijzen en
werd aan meer dan dertig landen verkocht, wat zeer zeldzaam is voor een
niet-Engelstalige documentaire. De Oscarnominatie is het voorlopige
hoogtepunt in de zegetocht van de Huilende Kameel. Zelf zal Rickels er niet
bij zijn, ook niet bij het feestje voor de thuisblijvers in München. De
Nederlandse vertrekt volgende week voor zes weken naar Marokko. Vakantie,
beklemtoont de nijvere filmmaakster. "Ik hoop dat ik het ergens in een
cafeetje op een satellietzender kan volgen."
Na de vakantie gaat Rickels verder met een vierluik over de elementen waar
ze al twee jaar aan werkt. Het eerste deel, Untertage, werd vorige jaar
onder meer bekroond op het Nederlands Filmfestival. Voor het tweede segment
is ze in de zomer wezen ijsvissen in Alaska, het binnenkort te draaien deel
drie vertelt over brandweermannen in Siberië. "Het is niet perse
de spanning die ik opzoek", peinst ze. "Het is meer de interesse
in andere culturen die me drijft. Wat dat betreft is een brandweerman aan
een parachute niet eens zoveel spannender dan een huilende kameel."
The Story of the Weeping Camel heeft in Nederland al 70.000 bezoekers
getrokken. De film draait nog steeds in elf filmtheaters.
Bron "Nederlands tintje aan Oscar-inzending" : telegraaf
|
|
|
|