Bevlogen pastor vecht tegen vrouwenhandel in Amsterdam
AMSTERDAM - Duivelse praktijken in de Amsterdamse prostitutiewereld. Tom Marfo, een
Ghanese pastor die sinds elf jaar in de Bijlmer woont, weet er alles van.
Hij strijdt al jarenlang tegen handel in Afrikaanse tienermeisjes die
beïnvloed door voodoorituelen hun land worden uitgesmokkeld, waarna ze onder
erbarmelijke omstandigheden in de Nederlandse prostitutie moeten werken. Het
gevecht van de pastor begint zijn vruchten af te werpen, maar het probleem
zit volgens hem nog veel te veel in de doofpot.
Als Marfo aan het woord is, schieten zijn ogen vuur. Met wilde armgebaren
doet hij zijn verhaal. De 48-jarige Ghanees heeft inmiddels ongeveer
vierhonderd vrouwen uit de door hem beschreven hel gehaald. Hoewel het
aantal seksslavinnen in de hoofdstad volgens hem de laatste twee jaar
terugloopt, is het einde van zijn missie nog lang niet in zicht. Nog altijd
werken duizenden Afrikaanse meisjes in bordelen en nachtclubs in heel
Europa. "Vorige week was ik in Griekenland. Ik wist niet wat ik zag.
Twee jaar geleden was er daar nog niets aan de hand en nu zijn de straten 's
avonds bomvol Afrikaanse prostituees."
Marfo staat internationaal bekend om zijn werk tegen vrouwenhandel in
Afrika. De pastor constateerde de problematiek tien jaar geleden. "Ik
zag overdag erg jonge Afrikaanse meisjes in de buurt. Ze straalden angst uit
en hulpeloosheid. Ik vroeg hen wat ze hier deden, of ze familie hadden. Ze
antwoordden me dat ze bij een hoerenmadam woonden, wat mijn grootste vrees
bevestigde."
Volgens de pastor werkten in 2001 en 2002 ongeveer 3000 Afrikaanse meisjes
in de Amsterdamse prostitutie. "Als je bij het ochtendgloren op het
Centraal Station bij de metro kwam, zag je honderden Afrikaanse meisjes die
allemaal vanaf de Wallen kwamen en op weg waren naar hun verblijfplaats in
de Bijlmer." Mede door de keiharde strijd van de Ghanese pastor, die
vanuit zijn organisatie Christian Aid and Resource Foundation (CARF)
allerlei projecten heeft opgezet om deze vrouwen op te vangen, is dit aantal
geslonken tot ongeveer 250. Maar ook strengere politiecontroles en de
ingezakte economie hebben een rol gespeeld, want er viel ineens niet meer
zoveel te verdienen als in de jaren negentig.
In de vrouwenhandel gaat vreselijk veel geld om. "Een
miljardenindustrie ", weet Marfo. De handelaren kopen de meisjes voor
slechts enkele dollars van hun zeer arme ouders, die te horen krijgen dat
hun dochter een beter leven tegemoet gaat. Soms smokkelen zelfs familieleden
hun zusje of nichtje zonder pardon het land uit.
Voor hun vertrek ondergaan de meisjes een voodoosessie. Ze leggen een eed af
aan de goden waarmee ze beloven trouw te zijn en hard te zullen werken. Ze
zweren hun 'eigenaren' een geldsom van ongeveer 60.000 tot 80.000 dollar te
betalen, nooit weg te lopen en nimmer hun echte naam, land van herkomst of
namen van de handelaren te noemen. Als ze zich daar niet aan houden zullen
de goden hen en hun ouders doden.
De meisjes zijn doodsbang. Ze moeten vier tot zeven jaar werken om hun
'eigenaren' af te betalen. Ze krijgen volgens hem drugs en drank om de pijn
te verzachten. "Onder normale omstandigheden kunnen ze nooit week in
week uit twintig mannen per dag ontvangen. Prostitutie is een groot taboe in
Afrika, het is not done om daar half bloot over straat te gaan."
Hoewel de pastor zich volledig aan het christendom heeft gewijd, kreeg hij
van huis uit de voodoorituelen mee. Tijdens een korte sessie helpt hij de
meisjes van de kwade geesten af. Marfo regelt vervolgens onderdak en zorgt
dat de vrouwen een scholingstraject volgen, waardoor ze een nieuw bestaan
kunnen opbouwen in Nederland.
Hoe de pastor ervoor zorgt dat de vrouwen met rust worden gelaten, wil hij
niet zeggen. Bang voor zijn eigen leven is hij niet. Van de politie moet hij
het naar eigen zeggen in ieder geval niet hebben. Vrouwenhandel is volgens
Marfo de enige business ter wereld die 100 procent risicovrij is. "De
politie zei me dat wapen- en drugshandel prioriteit genieten, dat dit
probleem niet zo belangrijk is. Maar ze beseffen niet dat het vaak met
prostitutie begint en de criminelen zich vaak als bijverdienste in de drugs
en wapens storten."
De vrouwenhandelaren, vooral Afrikanen, lopen dus vrij rond. "De
politie jaagt juist op de slachtoffers en laat de criminelen gaan. Het is
ook erg moeilijk ze te vervolgen. Vrouwen doen niet snel aangifte, omdat ze
dan risico lopen het land uit te moeten. Als ze terug zijn in Afrika, worden
zij en de familie alsnog gepakt door criminele vriendjes. De keus tussen een
paar maanden cel voor de handelaar of de dood, is dan snel gemaakt."
Marfo's drijfveer is duidelijk. Hij kan het niet verkroppen dat, in het
continent waar hij vandaan komt en dat een geschiedenis kent van slavernij,
dit soort praktijken nog plaatsvinden. "Ik accepteer het niet. Niet
vanuit mijn geloof, want ik ben tegen prostitutie, maar ook als
mensenrechtenactivist kan ik niet toekijken dat op deze manier vrouwen
worden misbruikt."
Bron "Bevlogen pastor vecht tegen vrouwenhandel in Amsterdam" : telegraaf
|
|
|
|